Wintergroen in de kou

Wintergroene planten, struiken, en bomen in onze borders geven beschutting, kleur en sfeer. Maar hoe beschermen die zich tegen de kou? Wat betekent winterhard zijn voor deze planten? In de loop van hun evolutie hebben planten zich aangepast met de meest ingenieuze middelen, zoals antivries. Als voorbereiding op de vorst verhogen planten de concentratie suikers en andere chemische stoffen in hun cellen, met een heuse vriespunt daling als gevolg. De cellen vriezen dan niet zo snel kapot. Bij meer vorst treedt er water uit de cellen naar de ruimtes tussen de cellen. Het gevolg daarvan is dat de cellen niet meer strak staan (lage turgor), zodat alles slap gaat hangen (zoals je bij bloemstelen van Helleborus goed kan zien). Het ziet er uit of de plant dorst heeft en fysiologisch lijkt de situatie daar op, maar geef in geen geval water. Zodra de vorst verdwijnt komt alles er weer strak uit te zien. Vorst, zon en wind hebben een enorm uitdrogend effect, een sneeuwdek beschermd daartegen. Bij sommige bamboesoorten en rododendrons rolt het blad zich dan op, waardoor het verdampend oppervlak veel kleiner wordt en de plant beschermd is tegen verdere uitdroging. Dat komt ook weer helemaal goed. Veel wintergroen blad is bovendien heel stevig, dik en glad, zoals bij schoenlappersplant, Camellia en Mahonia. De dikke, gladde waslaag op het blad (cuticula) beschermt tegen kou, uitdroging en neerslag. Naaldbomen en coniferen zijn ook nog eens extra beschermd met heel kleine bladeren (naalden) en oliën in hun weefsels. Planten op zonnige plekken maken bovendien pigmenten aan tegen schadelijke Uv-straling. Daarom hebben bijvoorbeeld coniferen in de winter vaak een andere kleur.