Van muurbloem tot Pas de Deux

Wat hebben taal en planten met elkaar te maken? Vrij veel. Sinds mensenheugenis eten en gebruiken mensen planten als voedsel, kruid, medicijn, verfstof, materiaal en veevoer. Plantenkennis was dus noodzakelijk en gemeen goed. Veel plantennamen zijn in dat dagelijks leven ontstaan en zeggen iets over het uiterlijk (blauwe bosbes, spinraghuislook), het gebruik (kaardebol, zeepkruid, lieve-vrouw-bedstro, verfbrem), waar ze groeien (muurbloem, korenbloem), bloeiperiode (herfstanemoon, St. Janskruid, maarts viooltje) of een andere eigenschap (dolle kervel, prikneus, brandnetel). In onze tijd krijgen nieuwe tuinplanten hun naam van de kweker of (wetenschappelijke) ontdekker. Bloemkleur en bladvorm zijn nog steeds inspiratiebron daarvoor: papaver Patty’s Plum, lijsterbes ‘Purple Magic’, Hosta ‘Big Daddy’. Of juist de smaak zoals peper Sweet Cayenne en kaneelbasilicum om er maar een paar te noemen. Rozenkwekers spannen de kroon met ‘namenromantiek’. Om het einde van de 2e Wereldoorlog te markeren is in 1945 de roos ‘Peace’ benoemd. Elke rozencatalogus biedt een schat aan romantiek: Lady of the Dawn, Rainy Day, True Love, Warm Welcome, Pas de Deux, ‘Weddingday’ en ‘Guirlande d’Amour’. Alleen al om de naam zou je ze in je tuin willen hebben!