Bloesems

April en mei zijn wel de maanden van de bloeiende bomen. Een bloeiende appel- of kersengaard is een lust voor het oog. Maar ook de vele sierkersen in onze woonwijken geven een uitbundig voorjaarsgevoel. Veel van deze bloesembomen krijgen geen vruchten. Hoe zit dat ook alweer? Bedenk dat bloemen voortplantingsorganen van de plant zijn. Bloem en nectar lokken bijvoorbeeld (wilde) bijen die stuifmeel op de stempel overbrengen en zo de bloem bevruchten. Na de bevruchting groeit het vruchtbeginsel uit tot een vrucht, die rijp geworden dienst doet als zoet lokkertje voor dieren om de zaden te helpen verspreiden. Om vruchten te krijgen zijn al de genoemde factoren van belang: bloemen, stuifmeel, stempel, vruchtbeginsel, bijen en natuurlijk regelmatig een Hollandse regenbui. Veel bloesembomen die als sierboom zijn gekweekt hebben gevulde bloemen. Gevulde bloemen hebben meestal geen of weinig meeldraden meer. De meeldraden zijn in gevulde bloemen namelijk omgevormde bloembladen en de kweker selecteert daarop in het kweekproces. Een bloeiende boom zonder vruchten is een goede keus voor plekken waar veel gelopen wordt of geparkeerde auto’s staan. Maar wil je een bloesemboom die voor zowel bijen als vogels aantrekkelijk is, kies er dan een met enkele (niet-gevulde) bloemen, die ook volop (sier)vruchten geeft.