Afknippen of niet

Een leuke en belangrijke tuin klus die regelmatig gedaan moet worden is het afknippen van uitgebloeide bloemen. De Engelsen hebben daar een mooi werkwoord voor: deadheading. De belangrijkste functie is dat je daarmee voorkomt dat de plant zaden of vruchten gaat vormen. Bij de zaad- en vruchtproductie zijn verschillende planten-hormonen betrokken. Deze hormonen onderdrukken de productie van bloemen die voor de plant immers geen functie meer hebben als in de voortplanting voorzien is. Tijdig deadheaden is dus nodig om bijvoorbeeld veel rozen (uitgezonderd de eenmalig bloeiende rozen), margrieten, salvia’s en vlinderstruiken lang(er) bloeiend te houden.

Bij veel tuinplanten hebben ook de oude bloemen, zaadhoofdjes of vruchten sierwaarde – vaak tot diep in de herfst en winter – zoals siergrassen, hemelsleutel, ramblerrozen, hortensia’s en besdragende sierheesters. Die kun je dus beter niet afknippen.  Ook planten die zichzelf in de tuin mogen uitzaaien moet je natuurlijk niet afknippen voordat het zaad verspreid of verzameld is, zoals soorten vingerhoedskruid, ijzerhard, toorts, zeeuws knoopje en vele andere. Tuinieren is dus vooral je tuinplanten leren kennen.